In gesprek met imker Jan van der Meer

In gesprek met imker Jan van der Meer

Jan van der Meer woont op de Charloisse Lagedijk, en heeft als hobby bijen houden. De redactie van De Zuidrander wilde wel eens weten wat er allemaal komt kijken bij het houden van bijen en ging daarom op een zonnige februarimiddag bij hem op bezoek.

We worden bij aankomst hartelijk ontvangen door Jan en zijn vrouw en twee vrolijk blaffende hondjes. Jan is al ruim 30 jaar imker. Hem hoef je niet te vertellen dat bijenhouden een geweldige hobby is waar je veel plezier aan kunt beleven. Als we met hem daarover in gesprek gaan spat het enthousiasme voor het bijenhouden van hem af. Jan kan er zeer boeiend over vertellen.

‘Eigenlijk is het nog te koud voor de bijen’ zegt hij tijdens onze wandeling door de achtertuin. In de winter hoeft hij weinig te doen aan de bijenstand en de bijen. Wel moet hij alles goed in de gaten houden. Kijken of er geen abnormale dingen gebeuren rond of in de bijenstand. Maar omdat bij ons bezoek het zonnetje al volop schijnt zien we, als we bij de bijenstal achter in de tuin aankomen, toch al wat beweging op de vliegplank van de bijenkasten. Jan heeft in totaal negen bijenkasten in zijn tuin staan. ‘De bijen in de bijenkasten worden pas actief bij een temperatuur boven de 10 graden’ verteld Jan. ‘Een bijenvolk kan wel uit 40.000 tot 60 duizend bijen bestaan.’ Jan verzorgt z’n bijen met veel liefde, plezier en voldoening  en probeert met gezonde volken zoveel mogelijk zuivere honing te oogsten.

Waar let een imker zoal op?

Op de eerste plaats of er nog voldoende voer aanwezig is of er nog een koningin aanwezig is en of de bijen nog voldoende ruimte hebben. Als er ruimte gebrek is, dan wordt er een extra “kamer” op geplaatst. Hoe ziet hij dat allemaal? Dat is een kwestie van ervaring en kennis van de imker. Dit controleren gebeurt eigenlijk het gehele jaar door, dit moet ook wel want er kan van alles gebeuren, de koningin kan sterven er kan geroofd worden door andere bijen, dus dat andere bijen die niet in de kast thuis horen de honing komen stelen, het volk kan zwermdrift ontwikkelen,  etc. Wat belangrijk is dat er een goed leggende koningin aanwezig is, er moet voldoende voer aanwezig zijn en de bijen moeten beschikken over voldoende  ruimte in de kast. Vervolgens hoopt de imker dat de omgeving voldoende dracht biedt voor de bijen om nectar en stuifmeel te halen.

Het leven van een bij

Een bij wordt in het vliegseizoen gemiddeld maar 6 weken oud. De eerste uren van haar leven besteedt de werkbij aan het uitrusten van het inspannende karwei om zichzelf uit de afgesloten cel te bevrijden. Zij is dan nog sterk behaard en licht van kleur. Hierna begint ze met het schoonmaken van de cellen: het poetsen. De koningin legt alleen maar eitjes in gepoetste cellen. Het voedsel wordt alleen maar in cellen opgeslagen als ze schoon zijn. Een dag later begint zij met het verzorgen van eitjes en larven: het broed. Eerst zorgt zij voor het warm houden van het broed, daarna mag zij de oudere larven voeren.

Na ongeveer een week kan de bij het voedsel maken waarmee de jongste larven en de koninginnelarven worden gevoerd. Rond de tiende dag mag ze nectar en stuifmeel in ontvangst nemen van de haalbijen en dit opbergen in de lege cellen. Na ongeveer zeventien dagen beginnen de wasklieren te werken, zodat ze kan meehelpen met het bouwen van de raat. Ze is nu bouwbij. Uit haar achterlijf zweet ze kleine wasplaatjes. Met haar sterke kaken kauwt ze de was net zolang totdat deze geschikt is voor het maken van de raten. Hierna wordt ze wachtbij. Ze houdt de wacht bij de ingang van het nest en verdedigt haar volk tegen indringers. De periode van huisbij is nu voorbij.

Vanaf de twintigste dag gaat ze over op het buitenwerk. Ze is haal- of vliegbij. Ze vliegt er elke dag op uit op zoek naar nectar en stuifmeel, maar ook water en Propolis. Voordat ze op pad gaat, moet ze de omgeving leren kennen. Al vanaf haar vijfde dag begint ze zich in te vliegen. Ze vliegt in steeds grotere cirkels rond de kast om de omgeving te verkennen. Wanneer het regent of te koud is, vliegen de bijen niet uit. Ze kunnen dan ook geen voedsel verzamelen. Als de koude of regenachtige periode te lang duurt, moet de imker zorgen dat er toch voldoende voedsel is door een suikeroplossing te voeren. ‘Gelukkig is er in onze regio tijdens het vliegseizoen zoveel dracht – bloeiende struiken, bomen en planten – dat ik nog nooit tussentijds de bijen heb moeten bijvoeren’ zegt Jan. Na drie weken ploeteren zijn de vleugels van de werkbij gerafeld en versleten. Zij sterft een eenzame dood ergens in de natuur.

De Koningin of Moer

De bijenkoningin legt alleen maar eitjes. Midden in de zomer kan ze wel drie weken achtereen 1600 of meer eitjes per dag leggen. Het is dan ook beter haar de moeder van de bijen te noemen. De imkers noemen haar de moer. De koningin legt twee soorten eitjes, namelijk bevruchte en onbevruchte. Uit de onbevruchte eitjes komen darren (de mannetjes) . De bevruchte eitjes leveren larven die  tot werksters opgroeien. Als een koningin eitjes gaat leggen, wordt eerst de cel gecontroleerd op grootte en schoonheid.

Daarna stopt ze haar achterlijf in de cel en zet een langwerpig eitje af op de bodem van de cel. Soms worden een aantal bevruchte eitjes apart verzorgd. Daar worden langwerpige cellen voor gebouwd. Dat zijn de koninginnencellen of moerdoppen. De larven die uit deze eitjes komen worden overdadig gevoerd met speciaal voedsel. De imker noemt dat koninginnengelei. Uiteindelijk groeien zij op tot nieuwe koninginnen.

Een koningin, die eitjes legt, wordt met de grootste zorg omringd. Om de koningin vormt zich een soort ring van ongeveer twaalf werkbijen, die we haar hofstaat noemen. De werksters in de hofstaat likken haar, wassen haar en voeden haar met voedersap. De koningin maakt in haar lichaam een speciale geurstof, koninginnenstof genoemd.

Deze koninginnestof wordt door de werkbijen opgelikt en aan elkaar doorgegeven. Deze stof is noodzakelijk voor het juiste gedrag van de bijen en de goede samenwerking van een volk. Aan de geur herkennen bijen de andere bijen van hun eigen volk. Een koningin kan wel 5 jaar oud worden.

Darren

De dikkerds zijn darren. Dat zijn de mannetjesbijen. Ze hebben een gemakkelijk leventje. Ze hebben weinig taken en worden gevoed door de werksters. In de zomer vliegen ze rond op verzamelplaatsen of wandelen over de raten heen en weer. In het najaar worden de darren uit het nest gegooid, en mogen ze niet meer binnen. De darren verhongeren dan en sterven. Het wordt wel de darrenslacht genoemd.

Soms wordt Jan ook gebeld door een vriend die bij de bestrijdingsdienst werkt. Mensen zien vaak het verschil niet tussen  bijen, hommels of  wespen. Wespen worden wel bestreden, maar bijen en hommels hebben een beschermde status. Als er een bijenzwerm wordt gemeld, wordt Jan gebeld. Hij gaat dan op pad om de  bijenzwerm te ‘scheppen’, zoals dat ook wel wordt genoemd. Het scheppen komt er op neer dat je een handeling uitvoert waardoor het grootste deel van de zwermtros in één keer in de kieps, vangzak, emmer, doos of wat dan ook, terecht komt.

Na een bezoek van ruim een uur nemen we afscheid van Jan en zijn vrouw. We hebben heel veel opgestoken van zijn verhaal over bijen. Wist u trouwens dat de honing van Jan in de zomer ook gewoon te koop is? Vanaf mei/juni kunt u de honing kopen bij zijn dochter Roos van der Meer, die ook op de Charloisse Lagedijk woont. (nr 643) Zij heeft iedere zomer een kraampje buiten staan met honing en eigengemaakte jam. Het fruit van de jam komt ook uit de tuin van Jan.